Er moet iets van me af. Iets met werk en druk en tijd en dat soort ongein. Nee geen werkdruk en ook geen deadlines: Geen baan (wink).
Maar wel de druk en ook de tijd. Want het einde nadert. Nog achttien dagen. Maar elke vezel in mijn lichaam verzet zich, wil het vertikken en verdommen!
Want sodeju ik heb toch zeker waardigheid in mijn donder!!
En ik verdien toch zeker-ook letterlijk- beter!

En vrienden, vriendinnen, ex-collega’s, ze bedoelen het allemaal zo lief en goed. ‘Ik ga de horeca in!’ hoor ik me nog roepen, tegen iedereen die het (meer niet dan wel) horen wil. De meest positieve reactie die ik daarop kreeg was één opgetrokken wenkbrauw vergezeld door een scheef getrokken mond waar enig geluid uit kwam: ‘Jemig, jij bent écht niet goedwijs.’
Dank je. Ik hou van duidelijkheid.
Dus ik ging wat pogingen wagen. Drie had ik er nodig om er hetzelfde over te denken. Nou ja, niet over mezelf, natuurlijk. Bij de eerste poging werd ik op hondse wijze gecommandeerd, aangesnauwd en afgeblaft. Door de gastheer hoogstpersoonlijk, in zijn eigen restaurant.
Ik had er na drie uren genoeg van -ik vond dat al te lang, drie minuten waren beter geweest- en sprak hem aan met de legendarische woorden, temidden van zijn gasten: ‘Hey, ik ben je hondje niet! Die mag je commanderen! Je hebt het tegen een dame in de rol van gastvrouw, en je kunt de tering krijgen!’ Ik greep mijn jas en liep als een hooghartige ijskoningin tussen de tafels door naar buiten. De spanning was snijdend. Eenmaal buiten jubelde ik. ‘Vrijheid!’ Ik liep naar m’n scooter terwijl het pijpenstelen regende. Kon me niks schelen: Ik was verlost. 

‘You bitch’ lachte ik …’but a classy one!’

De tweede, een zogenaamde hippe loungebar, was opeens opgelost in het luchtledige. Ik zie me nog staan. Loeizwaar ziek, snotterend, en met m’n goede fatsoen. ‘U bent al de zoveelste sollicitant, maar helaas, het bedrijf waar u voor komt zit niet meer in dit pand.’ wist de receptioniste me te vertellen. ‘Zucht, snotter, okay vertel me dan maar waar ik ze wel kan vinden, rijd ik daar wel heen..’ ‘Ehm, mevrouw…ze zijn opgedoekt.’ Ik wilde meer weten. Na een snelle research vond ik iets met geld, € 200.000,-, witwassen, doorsluizen en buitenland. Een ‘bedrijf’ dat nooit bestaan heeft, kansloze, sneue corrupte imbecielen en daar laten jullie hoopvolle, grieperige kanjers zoals ik voor opdraven?! Voor kansloze shit?!

Next!!!!

Een broodjeszaak, bij mij om de hoek. ‘Wat kan het voor u zijn?’ ‘Een job!’ antwoord ik spontaan en direct schudt de eigenaar nee en wendt zich van me af. ‘Ik was nog niet klaar!’ roep ik want me laten afschepen daar doe ik niet aan en hij draait zich naar me om. ‘Ik zoek een baan, ik woon hier om de hoek, dus ben makkelijk oproepbaar indien gewenst, ik werk hard, secuur en ben vriendelijk in de omgang (‘yeah, tenzij je het me lastig maakt, motherfucker’ en ik moet een lachje onderdrukken). Hij neemt me geringschattend op -dit gaat ‘m niet worden bedenk ik en dit zou ik ook niet moeten willen- is even stil en vraagt dan: ‘Heb je een diploma?’. Iets met BHV of zo. Ja, ik heb er vele, maar niet van datte wat u daarnet zei.
‘Dan helaas.’ De klant achter me is aan de beurt.
Een diploma voor broodjes smeren?! Ik heb sodeju zoveel kwaliteiten, certificaten en diploma’s, en ik kan er geen broodjes mee smeren???!!!!!

Van alle kanten lijkt iedereen te weten wat ik ‘moet’ doen, behalve ik: Schrijven. Ik moet bloggen, bundelen, een boek schrijven en dat soort dingetjes.
Schrijven!! Een writersblock van maanden; een biografie die nog maar één pagina telt…
‘Al doende ontvouwt het pad zichzelf” is mijn eigen, wijze, eigenwijze raad aan mezelf.

Eén meedenktip vond ik echter het allerleukst! Een eigen scooterreparatie bedrijfje! Ik zie het helemaal voor me!
Heerlijk tussen de rommel en de smeerboel, in benzinedampen en oliën me vuil maken aan ronkende rokende stinkende brommertjes. Radio aan -zo een met casettedeck uit de jaren ’90- en vrolijk mee neuriën op liedjes die ik verfoeilijk vind.
En klanten! Een jonge twintiger komt binnen, ik sta voor hem, benen lichtjes gespreid, kin omhoog, wrijf mijn vuile handen af aan mijn decolleté, en vraag in gebiedende wijs: ‘Zeg het eens, knul.’
‘Mijn scooter stottert sinds een aantal dagen.’ Ik glimlach smalend.
Het zou aan de ontsteking kunnen liggen (CDI, bougie, bougiedop & kabel, bobine), teveel of te weinig benzine i.c.m. lucht verhouding (carburateur; sproeier, luchtschroef, vlotter), water of olie in luchtfilterhuis of benzinetank, nieuwe bougie en dop probeer ik altijd eerst in zulke situaties. ‘Komt helemaal goed met jouw hippe Vespa ‘zeg ik en terwijl ik met een kort knikje en een knipoog opzij gebaar: ‘Zet hem maar achterom.’

Ik zou de beste scooter monteur van Zuid-Limburg worden. Althans; vrouwelijke monteur. Ik heb veel in huis.
Ik kan alleen geen broodjes smeren.