Zo veel weet ik niet, echt niet, ik weet eigenlijk heel weinig eigenlijk weet ik niets en heb ik de ballen verstand van van alles en ik heb geleerd dat hoe meer je weet hoe minder je zeker weet dus ik lean back en relax en glimlach. Maar als ik dan 1 ding moet weten dan weet ik 1 ding zeker en dat is dat ik in een vorig leven een cowboy ben geweest.

Zo een met witte cowboyhoed, strakke jeans, o-benen, leren riem met 2 gitzwarte pistolen, leren spitse laarzen met wielsporen. En een paard. Zo een die ik zelf getemd heb maar nooit helemaal mak zal worden. Een bruine. Hengst. Met de naam ‘Tornado’. En wij zijn een team! We bestrijden bendes en beschermen Indianen, komen op voor de armsten en slapen onder de sterrenhemel. Met mijn hoofd te rusten op het leren zadel. En als het moet knal ik met mijn pistool. En als ik dat wil is het raak. (‘Ik heb je nog gewaarschuwd maar je wilde niet luisteren!!’)

Als klein meisje van 5 liep ik al rond met mijn pistooltje in mijn holster. Altijd en overal. Onafscheidelijk waren mijn pistooltje en ik! Het was een replica van een echte, maar dan met “knakkertjes” i.p.v. kogels (en dat is maar goed ook!).
Als ik me verkleedde verkleedde ik me altijd als cowboy. Met hoed, franjes, hesje, soms een broek soms een rokje, soms een ‘ stoppel baardje’  soms lippenstift, oogschaduw en rouge op de wangetjes.
Zo’n lief kind (yeah right but don’t mess with me because I’m gonna pay you for that! )
Ik speelde “paardje” in de wei tussen de madeliefjes en altijd op mijn bruine paardje. Mijn pistooltje gaf me een gevoel van controle, kracht, en: vrijheid.
Ik kende geen twijfels, had geen vragen, ik deed wat ik deed omdat dat goed voelde en bij mij hoorde.

Onderwijl, ergens, ben ik dat kwijtgeraakt.
Dat gevoel!
Dat gevoel van, ja, dit hoort vanzelfsprekend bij mij, dit hoort bij alles wat ik ben, wat ik voel en wie ik ben.

saddle2

Dertig jaar later gooi ik het loeizware leren Western zadel in één vloeiende beweging over mijn paard. Mijn paard is bruin. Haar naam is Angel. Een westernpaard, Quarterhorse. Ik gesp de zadelriemen vast, doe haar trens in die bestaat uit één riempje. Leg de twee losse leren teugels over haar hals.
Mijn strakke jeans over mijn rubber paardrijlaarzen, dikke leren bruine riem rond mijn heupen. Stop mijn blouse in mijn spijkerbroek. Mijn bruine cap op mijn koppie met blosjes. Ik leid Angel naar de paddock. Ik wéét dat ik over enkele minuten haar ga berijden en voel me koning der cowboys. Ik steek mijn voet in de brede, ronde beugel en stap op.
Ik stap met haar en test haar wendbaarheid en gehoorzaamheid. Ze is ongelooflijk wendbaar en ongelooflijk ongehoorzaam. Maar ik voel me een cowboy en hoe! Dus drijf ik haar op net zo lang tot ik tevreden ben en: de baas. De teugel-eindes (om mijn wil kracht bij te zetten) raken haar flank.
Dan voel ik weer wat ik als klein meisje voelde! Die opwinding, die controle en dat gevoel van geen twijfel hebben maar: zeker weten! Met dat gevoel zonder nadenken drijf ik haar tot galop. Met in een hand de losse teugels, de andere opzij om haar te sturen, controleren en drijven. Ik heb dit nog nooit gedaan en toch voelt dit alsof ik nooit anders gedaan heb! Als vanzelf roep ik ‘Ja Angel kom op meisje!’ waarop ze me uit het zadel probeert te werpen, waardoor ik me nog zelfverzekerder voel ‘ja dit is het en dit wil ik’ een vertrouwen wat ik niet kan omschrijven, een vertrouwen wat ik kwijt was. Direct na haar weerstand versneld ze in een razend tempo zodanig dat het lijkt of ze op hol slaat. We galopperen in idioot tempo door de paddock, de teugels los in één hand, moeten anderen ontwijken, rijden kriskras door het mulle zand en rijden alsof ons leven ervan afhangt. Aan de zijlijn hoor ik iemand Yeehaa roepen.
De instructeur roept me toe of het te snel gaat. Ik hoor ongerustheid in zijn stem.
Ik denk niks. Ik voel. Laat me! Ik wil dit. Ik kan niet anders. Ik bijt op mijn lip want ze gallopeerd knetterhard.
Niks zeggen, kop houwe niks roepen ik moet boeven vangen! En koeien! We moeten vluchten voor een bende die het op me gemunt heeft (en op mijn raspaard!). Ik trek alvast mijn pistool voor het geval van. Ontwijk ternauwernood de plaatselijke sheriff en Angel en ik moeten dwars door een kudde wilde paarden! Opzij of ik zorg ervoor dat je aan de kant gaat!
In een scherpe bocht laat ze zien dat ze eenecht cowboypaard is en op het rechte eind laat ik zien dat ik een echte cowboy ben. Ik laat haar rennen en laat haar weten dat ik haar volledig vertrouw.
Nog een scherpe bocht o sjit er komt een ruiter recht op me af en ontwijk keihard ternauwernood. Dit is het Wilde Westen maar dan echt. Ik heb de stad opgeschud en een heldendaad verricht. Dan besluit ik dat het genoeg is en Angel staat in één seconde stil. Ik ben buiten adem. Knalrode wangen. Hijg. Geef haar een klopje op haar hals. ‘Wauw Angel.’
Ik voel dat er stilte is. Niemand zegt iets. Ik voel respect.

‘De volgende keer geven we je sporen’ hoor ik de big boss zeggen.
Dat hoeft niet, zeg ik stoer. Een echte cowboy kan zonder.
‘Ik wil dat je het probeert’ houdt hij vol.
Ik kijk naar zijn laarzen. Zie indrukwekkende sporen met wieltjes aan zijn hielen. Hij heeft zijn sporen letterlijk en figuurlijk verdiend.
Haal nonchalant mijn schouders op en zeg ‘okay’.

Mijn paard geef ik rust en leid haar naar de paddock. Ik leun op het hek en kijk een poosje naar haar.

Voor het eerst in dit leven ben ik een cowboygirl.