Elke dag weer stap ik vrolijk op mijn fietsje. Om boodschappen te doen (zelfs als dat niet nodig is maar ik puur zin heb in pure chocola), voor een afspraak, dingetjes doen en regelen, iets bezoeken (meestal iets met kunst en zinnig en dat soort gekke dingen) of gewoon, om de wind te voelen -en voelen dat ik sterker ben als het stevig waait- op dat ding te stappen en kijken waarlangs het me voert. De fiets bepaald, ik stuur.

De keren dat ik onderweg iets bijzonders ontmoette zijn ontelbaar. De keren dat ik mijn camera niet bij me had ook. Dan mopper ik op mezelf.

Hoewel er tal van momenten zijn dat ik het vertik dat apparaat tevoorschijn te halen. Dan wil ik HIER en NU genieten, van al dat moois en spannends. Dan heb ik geen tijd om foto’s te maken. ‘De herinnering aan en koestering van dit moment draagt al wat van waarde is in zichzelf’ is mijn gedachte. Dat behoeft niet te worden vastgelegd. Dat wil vrij zijn.

Vanmiddag was dat anders.

Ik fietste naar een afspraak en reed een straatje in met bulten en kuilen. Behalve het klapperen van mijn eeuwig loshangende achterlicht was het er doodstil.

Het viel al snel op waarom. 

Een met houten platen dichtgetimmerd blok rijtjeshuizen. In stilte wachtend op hun sloop. Het fascineerde me, wilde halt houden, foto maken.. oh nee, afspraak, oh geen camera bij me…

Ik trapte dus maar door, onderwijl met mijn gedachten bij de verlaten huizen. 

Deze buurt stond bekend als pauperwijk. Achterbuurt, asobuurt, volksbuurt, achterstandswijk, weet ik veel. En zoals dat gaat met vele dingen, eenmaal een label, een ‘naam’ is dat lastig uit de mensenhoofden en -monden te krijgen. 

Maar dingen veranderen. 

Een korte research leerde me dat het bouwjaar van deze sloopwoningen 1976 is: Mijn geboortejaar. Tweeënveertig jaar leven rijk. 

Levendig zag ik het straatbeeld voor me: Schreeuwende, scheldende huismoeders, eeuwige sigaret ‘op de mond’, dichtknallende deuren, geluidsoverlast, ondraaglijke snoeiharde “muziek” uit autoradio’s, lawaaiige Amerikaanse bakken met roest in diverse verweerde laksoorten en kleuren, sleutelen op straat, discussiëren, vloeken, tieren, trots vertellen over je nieuwe wietdealer en je van-de-vrachtwagen-gevallen-partij gsm’s en dat allemaal bij de voordeur in veel te krappe voortuintjes in tenenkrommend slecht Nederlands met de hele familie en straat erbij, bier en slippers en onkruid en okselhaar inbegrepen en iedereen mag meegenieten.

Geweldig!!!

Eenmaal thuis gris ik mijn camera mee, wandel fluitend naar buiten, en stap weer op mijn fiets.

Mijn ogen zoeken het midden van het huizenblok. Even doe ik niets. Ik sta er haaks voor. Ik kijk. Luister..Die stilte.. Wat ik voel is eerbied. 

Dit vraagt erom vastgelegd te worden. Hier is geleefd, beleefd en gestreden, naar beste kunnen; beter kon men niet.

Nu een desolate plek. Straks een levendig park met vijver en bankjes en vogeltjes.

Ik maak de foto. 

En kom hier terug als de mensen weer het leven vieren.