Je hebt er zo’n heel mooi woord voor: abattoir. Het is echt zo’n woord dat alleen door hoger opgeleiden en welgestelden wordt gebruikt zou je denken als je niet beter wist. 
Vooral bij het uitspreken ervan denk je al gauw aan een verfijnd voorgerecht of iets wat met religie te maken heeft (of weet ik veel).
Abattoir…
Niets is minder waar.
Onze gezellige dame de koe woont bijna haar hele leven in een (transport)box samen met pakweg zo’n twaalf andere lotgenoten. Oh ja, het woord, nee, keurmerk ‘weidemelk’ klinkt zo natuurlijk. Alsof 120 dagen per jaar in de wei lopen een gunst of voorrecht is… het is een geboorterecht! En verder gaat al het niet-zichtbare leed door tussen donkere schotten. Koeien worden door ons behandeld als productiemachine van vlees en melk. Als ze maar géven, hoe dat interesseert ons geen mallemoer. 
Een koe heeft geen emoties, ze zegt immers alleen maar “boe”(?). Dit boe-geroep is een protest op wat wij haar aandoen. We sluiten kalfjes al snel na de geboorte op in een donkere kist ver bij hun moeder vandaan. De melk die een koe produceert voor haar kalf gebruiken we voor onszelf. Het kalf word ontworteld van zijn moeder en opgefokt tot weer een moedermelkkoe, of indien het een mannelijk dier betreft, fokstier of vleesrund. De koedame wordt weer bezwangerd zodat ze melk blijft geven.
Als deze lieve dame de koe -letterlijk- is uitgemolken (na zo’n 9 of meer kalfjes ter wereld te hebben gebracht) vatten we de koe bij de horens en duwen haar in een vrachtwagen en na een erbarmelijke reis trekken we haar met man en macht er weer uit. Nu is ze een noodlottige, gebruikte vleeskoe.

“Eindpunt van deze reis…”
Daar staat ze dan recht voor je en kijkt je aan.
Aanrader: al eens in de ogen van een koe gekeken?

Daar staat ze, ze straalt een en al rust uit, alsof ze zich met haar lot verzoend heeft.

Moedig.
Moe…
En nog een laatste boe…

Peng! Een doffe knal. Nog eens peng! Ze was nog niet helemaal dood. Daar ligt ze dan, haar poten stijf op haar levenloze lijf.

Alleen die ogen…Haar ogen hebben nooit gelogen
ze vertellen ons nog steeds
ik ben het er niet mee eens.

Dit gebeurt in een abattoir. De laatste bestemming van de hel op weg naar de koeienhemel.

In de supermarkt ligt mooi rood vlees (die rode kleur is er “achteraf” door ons aan toegevoegd met nog veel meer rommel die ons lichaam niet nodig heeft. Net als melk, overigens) netjes in folie verpakt en met een etiket erop: “biefstuk” en een felle, ronde, oranje sticker ernaast met daarop: “in de reclame”.

Wat weten we het allemaal mooi te verpakken.

Boe.