Urbanus zong er al over in 1982. Hottentotten. Het werd een grote hit. Maar Hottentot is een verboden woord geworden. Zou discriminerend zijn. De Hottentotten of Khoikhoi waren een Afrikaanse stam. Dit volk – dat er vaak naakt bijliep – woonde in de regio van de tegenwoordige provincie West-Kaap in Zuid-Afrika, toen de Nederlandse kolonisten (1619-1677) Kaapstad stichtten. Volgens de Nederlandse kolonisten zongen deze inheemse mensen tijdens hun danssessies telkens ‘hot, hot, hot’. Daarom kregen ze de bijnaam Hottentotten genoemd: hot-en-hot-en-hot-en.

Hottentottententententoonstelling kan zich meten met woorden als paraskevidekatriafobie (angst voor vrijdag de 13e), kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden, meervoudigepersoonlijkheidsstoornissen of het door de Vlaamse Herman Brusselmans bedachte werkwoord zandzeepsodemineraalwatersteenstralen. Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen betekent volgens Van Dale in de volkstaal: Oprotten, opsodemieteren, opdonderen, ophoepelen. Het woord is sinds 2005 niet meer opgenomen in de Van Dale maar wanneer ik iemand een paar kilometer verderop wens roep ik nog steeds ‘ga zandzeepsodemineraalwatersteenstralen’! Evenals ‘negerzoen’ en zwarte piet’. Nou koop ik nooit negerzoenen. Maar misschien had het iets met jeugdsentiment te maken toen ik er laatst niet aan voorbij kon lopen: Ik moest ze onder een luidruchtig ‘ha lekker negerzoenen al zooo lang niet meer gehad!’ meenemen. Bozige correcties vlogen om mijn oren: ‘Het heet ‘zoenen’! Negerzoenen is discriminatie. Ik keek beteuterd op de doos. ‘Zoenen’ stond er zwart op wit. ‘Kan me niks schelen! Ik zeg negerzoenen!’ Nou heb ik nooit een neger gezoend maar wat zou daar mis mee zijn. Ze waren heerlijk. Lik mijn lippen nog af.
Nederland in rep er roer vanwege de zwarte knechten van Sint Nikolaas. Toen ik in 2017 voor het eerst een gele ‘stroopwafelpiet’ tegen het lijf liep barstte ik in schaterlachen uit. 
Ik dacht:
‘D’r botst nen hottentot op onzen otto goddomme
D’r botst nen hottentot op onzen otto goddomme
D’r botst nen hottentot op onzen otto goddomme
Hottentot hier hottentot waar
Hottentot ginder en hottentot daar
Hottentottenhottentottenhottentottenhotten…
Ik ben niet alleen fan van Urbanus. Schrijver Joris van Casteren laat zien door te schrijven hoe belangrijk journalistiek is. Toen ik hoorde dat zijn boek uitkwam ‘Moeders lichaam’ schreef ik hem een persoonlijke mail. Zijn indringende, pijnlijk intieme, rauwe en toch ‘lichte’ manier van schrijven raken me en maken mij een groot fan van hem: Na het lezen van wat voor boek dan ook van zijn hand en geest, erna kijk je nooit meer hetzelfde naar de wereld. Zijn stijl valt te omschrijven als verhalende, journalistieke / reportage literatuur. En nu een boek van zijn hand over een Oirsbekenaar die zijn dode moeder twee jaar verborgen hield in een zelfgemaakte kist (anders spatte ze uit elkaar, aldus Piet van der Molen). Godsamme wat een thematiek! Gedurfd, meteen naar Bol.com via de Bezige Bij om een exemplaar te bemachtigen maar helaas kwam ik niet eerder aan zijn boek, maar moest ‘braaf’ wachten tot 28 februari. 
Vol spanning keek ik (uit) naar DWDD. Leuk om Joris te zien! De openhartigheid, die zich al in het boek vertaald, spreekt moed. Van beiden. Dader is tegelijkertijd slachtoffer. Of is het andersom?
Hoe intiemer wil je het hebben?
De reacties des Neerlanders na de uitzending deden me denken aan de keer toen ik dat doosje negerzoenen kocht maar dan scherper. Verbolgen, verbitterde, rancuneuze, (ver)oordelende tirades van stuurlui aan (lager) wal. Zonder het boek -en dus het hele verhaal- te hebben gelezen spat Nederland zowat uit elkaar. Deze ‘critici’ hebben de empathie van een regenworm. Kritiek is niet per definitie verkeerd, lezers mogen hun eigen voorkeuren hebben. Oordelen is echter heel wat anders. Leer zelf je leven te leven. Léés het hele verhaal. En doe eens iets aan je Nederlandse taalvaardigheid. Die is ook benedenmaats. 

Literatuur kan zorgen voor empathie en verbinding zegt de Amerikaanse schrijfster Juliet Gagnon.  En van teveel meegaandheid wordt de wereld niet beter aldus Wido Smeets, hoofdredacteur van ‘Zuiderlucht’. Het eerste blijkt niet altijd op te gaan… het tweede evenmin. Het leven is weerbarstig en niets is wat het lijkt.

Terwijl ik dit schrijf komen egels door de hoge temperaturen massaal te vroeg uit hun winterslaap en maken vogels ijverig nestjes. Maar er zijn nog te weinig insecten om de verwarde dieren te voeden. In mei leggen alle vogels geen ei. Ontwerper Jalilla Essaïdi maakt textiel van koeienstront. Ik draag haar experimenten een warm hart toe en hoop haar ooit te interviewen. In Nederland vindt op dit -en ieder- ogenblik een ware Holocaust plaats onder miljarden dieren in die we gedegradeerd hebben tot zielloze ‘vleesproducten’.  Iemand stuurt me op dit ogenblik een app dat ik een woord verkeerd getypt heb in dit verhaal. ‘Het moet zijn fan’ i.p.v. ‘van’ en lacht me uit. Ik stuur een dikkebruinemiddelvingeremoticon terug. De notie voor het opblaasbalonnenverbod van de PvDD is door de Heerlense raad afgewezen met als argument ‘we gaan geen kinderen pesten maar gaan voor de grote ‘klimaatbedreigers’ wat paradoxaal genoeg zijzelf zijn. Er komen nieuwe woorden zoals ‘klimaatspijbelaars’ bedacht door scholieren die het helemaal kotsezat zijn maar ook heel bang voor waar onze (40+) generatie ze mee opzadelt en bang voor de politieke nietsnutten. Slechts vier (4!) procent van de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is afkomstig van vrouwelijke kunstenaars. De betekenis van Hottentottententententoonstelling is  ‘hete, dansende mensen’.