artflyer, BASTA

Ik kom binnen. Nota bene vlak nadat ik had ontdekt dat mijn excentrieke vogel op mijn jas had gescheten. Niet alwéér (jawel). Probeer het er nog  ff vlug af te pulken.
De intercom vraagt waar ik voor kom. ‘Voor een sollicitatie’ zeg ik. Aan de balie kijkt een vriendelijke dame met vragende blik. ‘Met wie heeft u een afspraak?’

‘Met niemand. Ik wil voor jullie werken. En ik kom net zo vaak langs als nodig is tot ik een kans krijg.’ Ja want ik solliciteer er niet meer naar anoniem door evenzo anonieme gasten te worden afgewezen. Ik wil dat men het recht in mijn gezicht zegt. En ik ga zo lang door tot ik een ‘ja’ krijg.
De receptioniste veert een beetje op en kirt. ‘Oh, u bent erg vasthoudend!’ Even voel ik me een beroemdheid, waar bewonderend tegenop gekeken wordt. Ik antwoord stoer ‘Ja’ en voel me gesterkt door haar aanmoediging.
Ze vervolgt: ‘En in welke functie?’
‘Ik ben schrijver en fotograaf’ antwoord ik kort. ‘Een ogenblikje alstublieft ik ga kijken of ik iemand voor u kan bereiken’.
De eerste poging mislukte, haar tweede belletje ging naar ene Annie.

‘Annie,  ik heb hier een sollicitant…schrijven en fotografie…ja…nee…ok…’ Ik let op wat ze zegt want ik wil namen en andere info. Bij de eerste lette ik helaas niet op. Was druk met elitemagazines doorspitten.
Ze vervolgt, ditmaal iets zachter en ik hoor haar fluisteren…’ze is erg vasthoudend…’ Ik kan een smalende glimlach niet onderdrukken. You’re damn right I am en tegelijkertijd voel ik me door die opmerking een beetje een lastpak. Dat ze maar net zoveel last van me krijgen tot ze me smeken te stoppen. Net zo lang tot ze mij een rondleiding geven in hun bedrijf. Een pain in the ass zal ik zijn!
‘Er komt iemand voor u.’
‘Fijn!’
Ongemerkt staat er een dame naast me. Ik kijk opzij. Ze kijkt nors.  Hé bah. Heb ik weer. Ik vind nors kijkende mensen niet aantrekkelijk. Vriendelijk ga ik het gesprek met haar aan. Zij is Annie.
‘Jij wilt solliciteren naar een functie in de fotojournalistiek’ zegt ze op gebiedende toon. ‘Klopt’. En ik wil schrijven.’ Ze trekt een pruillip en knikt zachtjes haar hoofd heen en weer. Alsof ze zeggen wil hoe ik het in mijn hoofd durf te halen dit te vragen. Alsof ze wil zeggen dat dit ver buiten mijn bereik ligt.

Ze zwijgt. Ik vul mezelf aan alsof ik haar moet uitleggen wat schrijven voor een bedrijf als deze inhoudt. ‘Interviews afnemen, samenvatten, teksten redigeren, herschrijven…’ waarna ik zwijg. Nu is zij aan zet.
‘Heb je een voorkeur van afdeling?’ vraagt ze. Ik begrijp haar vraag niet.

Afdeling, voorkeur, ja de redactie natuurlijk, man geef me een stoel en een buro en verder het veld in, het pad op, de lanen in natuurlijk!
Dus ik knik van nee en zeg ‘nee hoor’.
Dan steekt  ze van wal. ‘Ja weet je hier zomaar binnen lopen dat is ongebruikelijk en zo werken wij hier niet.’ Ik zeg haar dat ik begrijp dat ik nogal onverwacht kom en hen wellicht overval (gnagna). En dat ik het prettig vind lijnen kort te houden. En dat ik niets te verliezen heb.
Ze knikt de hele tijd van ‘nee’ terwijl ik aan het woord ben. Ze heeft haar eigen brouwsels  klaargebrouwen in haar hoofd. Wat de boer(in) niet kent dat lust hij/zij niet? Of ben ik te bedreigend? Niet door mijn verschijning want mijn toet straalt een en al onschuld uit. Hoewel niets is wat het lijkt ;-). Misschien iets met spiegelen, lichaamstaal, intonatie…?

Ik zet door en dus zeg ik vastberaden ‘Geef me een opdracht om te laten zien wat ik in huis heb.’
Dan komt ze los.
‘Wat je kunt doen is het volgende: Stuur een mail met enkele van jouw geschreven artikels,  foto’s, CV, motivatie en iets overjezelf. Je liefhebberijen, hobby’s, nevenactiviteiten, meer achtergrondinformatie, snap je.’ Op dit moment zie ik haar voor ’t eerstglimlachen. Een ontluikend glimlachje.
‘Wij kijken dan naar de kwaliteit en geschiktheid.’

Ik vraag haar naam waarna deze volgt inclusief haar functie. Het gaat me te snel, iets met Annie, achternaam, hoofdredactie, secretariaat en besluit haar te ‘googlen’ zoals ik dat al zo vaak doe sinds de komst van vriend Google.
Mijn slotvraag aan wie ik de mail kan richten beantwoordt Annie ongeduldig: ‘Niemand! Gewoon, naar ons mailadres.’

Ik besluit bij het verlaten van het strijdtoneel enkele foto’s te maken. Kijk naar het gebouw omhoog en bedenk me dat ze mij misschien kan zien vanuit haar torenhoge hoofdredactiekantoortuin.
Een mail, gericht aan niemand, van een anoniem iemand. Godsamme!
Ontevreden keer ik huiswaarts. There goes my bleeding heart.

Maar ze zei niét dat ze geen vacatures hebben. Mijn gemoed ziet weer zon! Eenmaal thuis blijkt Annie ‘ongooglebaar’. Ik vind alles en iedereen, behalve Annie, zelfs niet op een van de bekendste zakelijke social media. Ik bel naar de receptioniste. ‘ja hoi ik ben degene die gister naar binnen wandelde. Annie is ongooglebaar.’ Annie blijkt Anniek te heten. Na haar correcte en volledige naam volgt haar mailadres. Een mail gericht aan Anniek, van new kid on the block Nicole hoogstpersoonlijk.

Ik neem afscheid met de woorden ‘tot ziens.’ Ik meen ze uit de grond van mijn hart.